Sint Philipsland
Flupland, zo noemen de Zeeuwen ‘hun’ dorp, schiereiland en polder Sint-Philipsland. Wandelen over de dijken rondom het schiereiland verbreedt je horizon en brengt je verder. Doe er je voordeel mee….
Flupland, zo noemen de Zeeuwen ‘hun’ dorp, schiereiland en polder Sint-Philipsland. Wandelen over de dijken rondom het schiereiland verbreedt je horizon en brengt je verder. Doe er je voordeel mee….
Een verzameling Mercedeswrakken herinneren aan de periode van voor de gemeentelijke herindeling in 1986. Herinneringen die verbleken bij het veerhuis van Pinkeveer.
Tussen Hillegom en Lisse lijkt er maar één richting. De richting van de Zwartelaan, de Loosterweg Noord en de Stationsweg in Lisse. Daar waar bloemenvelden overgaan in blikken weilanden. Eén sloot scheidt de wereld van rood en groen. Maar je moet dan wel een ander pad kiezen.
‘Wie is Dirk de Bots?” vraag ik mij af. Want als een dijk jouw naam draagt, dan ben je niet zo maar iemand. Toch? Goedgehumeurd wandel ik verder van Lage Zwaluwe naar Hooge Zwaluwe en Blauwe Sluis.
Het voorjaar lijkt nog ver weg als ik door de straten van Katwijk loop. Maar dat verandert onverwacht op de terugweg naar Noordwijk. Maar niet door de doorbrekende zon…
Bij het station van Breukelen stap ik in een buurtbus naar Kockengen, het Luilekkerland van de provincie Utrecht. Zes bochten later sta ik ineens bij het Kortjaksepad.
Voor het boeren schepijs ben ik te vroeg. Voor de molens te laat. Bij IJsclub ‘Nooit gedacht’ verruil ik Utrecht voor Zuid-Holland. Even daarvoor lees ik over een Dordtse bende in de straten van Haastrecht. Toen Haastrecht nog een stad was. Of niet?
Duizenden NRC lezers volgden in 2012 de columns van schrijver Raoul de Jong over zijn wandeltocht van Rotterdam naar Marseille. In november verscheen over die wandeltocht zijn boek ‘De grootsheid van het al’. Vorige week sprak ik met Raoul over zijn ervaringen, levenslessen, geluk, zijn plannen en mogelijk volgende bestemming, Suriname.
De bewoonde wereld achter mij. Het donkere Hendriksbos voor mij. Ik sta oog in oog met een ree. Welkom in de Nederlandse jungle! Vroeger zag je vanaf de zandheuvel de Zuiderzee. Nu zie ik…..het station.
Een boerderij met boer aan de rand van het Zeeuwse gehucht Vlake. Het eerste teken van mensenleven aan de rand van het niemandsland van de Yerseke Moer, het grootste en meest authentieke natuurgebied van Zeeland. Maar het zijn de strandlopers die vooral mijn aandacht trekken. Maar welke strandloper?
Van wolven heb ik niets meer te vrezen als ik aan de rand van Wolvega. Van honden des te meer. Grommend en blaffend begeleiden de Friese honden mij van weiland naar weiland. Langs een weiland bij Oldeholtpade heeft een wandelaar zijn grommende bouvier nauwelijks onder controle “Hij is niet zo mak” aldus de Friese wandelaar. Enigszins opgelucht en bevrijd verruil ik de weilanden voor de moerassen in de Lendevallei.
Door de Fluwelenbroekstraat over de Olof Palmebrug richting de Binnenbanddijk richting het verdronken land. Dat kan alleen in en bij het West-Brabantse Bergen op Zoom.
Net als monnik Wyart 133 jaar geleden verken ik het Brabantse land. Bij de trappistenbrug onder Tilburg overbrug ik niet alleen het Wilhelminakanaal uit 1919 maar ook twee eeuwwisselingen.
32 jaar na de vrijlating van zeehond Moby Dick in open zee begin ik bij de Duivelsbrug in het zuiden van Breda aan een wandeling langs de Mark, door het natuurgebied De Blauw Kamer en in het Mastbos. Ver van zee….
Coevorden, een stad in het zuidoosten van Drenthe, met een theater, een Ierse Pub, een centraal plein, een gezellig Grand Café, een HEMA, een watertoren, een station, enkele standbeelden, een oud pakhuis en een kasteel. Maar ook de geboorteplaats van helden en gevallen helden.
Duizend jaar geleden ontstond de Kruiskade in het weilandgebied tussen Alphen aan den Rijn en Hazerswoude. Midden in het Groene Hart. De kade is sindsdien niet veel veranderd. Een uniek, vogelrijk en authentiek stukje natuur en wandelpad in Nederland.
De naam Pisa in combinatie met een scheven toren. Dan denk je aan espresso, limoncello, scallopine en tiramisu. Maar na een wandeling langs het riviertje De Linge voeg ik ook het dorpje Acquoy aan dit aanlokkelijke rijtje toe. Want ook het Gelderse Acquoy heeft haar eigen scheve toren. Net als Pisa, 1.303 kilometer verderop.
Vandaag zeventig jaar geleden vliegt de Amerikaanse piloot Robert E. Stover richting Nederland. Rond half elf in de ochtend gaat het boven Dordrecht mis en slaat het noodlot toe. Bijna zeventig jaar later wandel ik langs een wrakstuk van zijn vliegtuig en sta ik stil bij zijn verhaal…..
Op de Schoenlappersweg bij buurtschap Hell geniet ik op een boomstronk van een broodje kaas en de stilte en ongereptheid van de Kruishaarse Heide. Wat wil een mens nog meer??
De ezel is het meest gangbare vervoermiddel in de Medina. van Fes. Zonder mijn fantasie op de proef te stellen wandelen we urenlang door de Middeleeuwen. We maken er zelfs deel van uit.
Bij de Albert Schweitzerdreef verlaat ik de Utrechtse wijk Overvecht. Enkele bochtjes naar links en rechts later sta ik voor Fort Ruigenhoek, één van de 60 negentiende eeuwse verdedigingsforten langs de Nieuwe Hollandse Waterlinie en eigendom van Staatsbosbeheer. De forten van de 85 kilometer lange Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn eigenlijk nooit echt op de proef gesteld.
In omgekeerde richting van de Engelsen loop ik langs de Zuid-Willemsvaart van Weert naar Boshoven. Na een standbeeld en een monument is maak ik nu pas op de plaats bij de Sint Odakapel. Terug aan de andere kant van Zuid-Willemsvaart vervolg ik mijn pad over de vlonders van de moerassen in natuurgebied IJzeren Man
Eerder deze week; “ Misschien ga ik het een keer doen, maar het is niet mijn ding en ik weet zeker dat ik niet enthousiast zal worden“. Een citaat uit mijn […]
Goed en slecht nieuws vanuit de Haagse duinen. Verdrietig en blij nieuws. Ik begin met het slechte nieuws. De Haagse media berichtten vorige week over het bezoek van de boswachter van het […]
Donderdag betrad ik niet ver van Station Utrecht Terwijde het Máximapark en zag ik de eerste serie perogolamuren met eigen ogen. De kale muren staan er wat onwennig bij. Net als ik. Doorgaans ben ik honderd jaar te laat, maar dit keer ben ik honderd jaar te vroeg.