Interview: Schrijver en columnist Raoul de Jong

De Rotterdamse schrijver, danser, reiziger en NRC columnist Raoul de Jong (1984) reisde enkele jaren met de trein, bus of per vliegtuig heen en weer tussen zijn  woonplaats Rotterdam en die van zijn moeder, Marseille. Op een dag besloot hij die afstand op eigen benen af te leggen. Letterlijk en figuurlijk. Ongetraind en onvoorbereid vertrok hij in de zomer van 2012 vanuit  Rotterdam voor een wandeling van twaalfhonderd kilometer naar Marseille. Duizenden NRC lezers volgden de belevenissen van Raoul op de voet in zijn columns. In november verscheen zijn boek ‘De grootsheid van het al’. Een boek over zijn wandeltocht naar Marseille en zijn zoektocht naar geluk. Op een zachte zondagmiddag spreek ik in een café in Rotterdam met Raoul over zijn boek en wandeltocht. Een gesprek over geluk, volwassenheid, vertrouwen en geduld. Kortom; over de vragen des levens. ‘Dit is het mooiste wat ik ooit gedaan heb’ 

Raoul, om met de deur in huis te vallen. Je reisde op je negentiende maanden alleen door Afrika, maakte een pelgrimstocht naar Rome en verbleef op je eenentwintigste drie maanden in New York met slechts vijftig dollar. Je bent wel wat gewend, lijkt mij. Toch valt het mij in het boek op dat je je nog zo vaak verbaast over mensen, ontmoetingen, gebeurtenissen en plekken, op het naïeve af. Raoul  ‘Is dat zo? Tja, ik had vooraf niets gepland of voorbereid. Ik had eigenlijk alleen een slaapplaats voor de eerste nacht, in Dordrecht. Maar vanaf de eerste dag hoefde ik alleen maar te lopen. De rest ging vanzelf; eten en slaapplaatsen kreeg ik aangeboden. Ik had tijdens eerdere reizen wel gemerkt dat dat zo werkt: het leven helpt je wanneer je het aandurft om een risico te nemen, wanneer je met vertrouwen in het diepe springt. En toch verbaast het me elke weer. Juist omdat je dat niet kunt plannen, je weet het van te voren nooit zeker.’

Raoul de Jong (foto: René Hoeflaak)

Raoul de Jong (foto: René Hoeflaak)

Tijdens de wandeltocht heeft Raoul bijna voortdurend gezelschap van aanhakende vrienden of medewandelaars. Op mijn vraag of hij de tocht ook alleen had volbracht antwoord hij aarzelend.  ‘Waarschijnlijk was dat moeilijk geworden, en vooral een stuk minder leuk. Het plan was om alleen te lopen, vooral omdat niemand zo gek leek om me tijdens een reis als deze te vergezellen.

Maar zodra ik vertrok, wilden steeds meer vrienden een stukje met me mee. In eerste instantie stond ik daar gereserveerd tegenover, samen lopen leek minder heldhaftig, minder mooi voor het verhaal. Tot ik besefte dat ik mijn vrienden hard nodig had. Slaapplaatsen werden goedkoper als ik samen was, en bovendien: als mijn vrienden behoefte hadden om mee te lopen, waarom dan niet? Het zou ook egoïstisch zijn om de wandelervaringen voor mijzelf te houden. We zochten allemaal hetzelfde, dat was het heerlijke, dat we de zoektocht samen konden delen.’

Fietsen

Een aanzienlijk stuk leg je uiteindelijk op de fiets af, die je krijgt aangeboden. Heb je daar uiteindelijk geen spijt van? ‘Nee, het was juist fijn. Deze reis was hard werken. Ik had geen moment rust. Dagelijks moest ik de juiste route bepalen, op zoek naar een geschikte en goedkope slaapplaats, vragen stellen aan de mensen die ik ontmoette, een column schrijven, een plek met WIFI vinden én dus dertig kilometer lopen. Op een gegeven moment, ik was al over de helft,  begreep ik dat het wandelen niet het hoofddoel was. Dat waren de ontmoetingen met mensen en begrijpen hoe de wereld in elkaar steekt. Het wandelen begon het doel juist tegen te werken: ik begon uitgeput te raken. Als het alleen de columns waren of alleen het lopen, was het iets anders, maar de combinatie werd te veel. Die fiets was een geschenk uit de hemel. Door de fiets kon ik blijven doen wat ik moest doen.’

Geduld, vertrouwen en volwassen worden

Het was niet onmiddellijk duidelijk wat Raoul voor deze reis zou terugkrijgen. Stoppen was echter geen optie. ‘De stukken voor het NRC waren in die zin een goede stok achter de deur. Ander was ik wellicht al in Dordrecht gestopt hahaha. Ook omdat ik in het begin het nut van de wandeling eigenlijk niet zo scherp zag. Dat kwam pas in Marseille,’ aldus Raoul.

En wat is dan het uiteindelijk ‘nut’  van de tocht?   Raoul: ‘De wereld blijkt een hele vriendelijke plek, als je je ogen daarvoor opent. Dat is wat ik heb  geleerd. Net als het hebben van geduld. We zijn zo gewend om constant onze behoeftes te bevredigen, maar het vraagt om tijd en vertrouwen om dingen te bereiken waar je werkelijk wat aan hebt. Verder: de reis heeft me bewezen dat je om volwassen te worden niet hoeft te stoppen met dromen. Als je doet waar jij denkt dat je werkelijk gelukkig van zal worden, hoe gek en belachelijk het ook lijkt voor anderen, zul je op de een of andere manier ook wel rekeningen kunnen betalen. Zo was het althans voor veel mensen die ik onderweg tegenkwam. Volg je dromen, zeiden ze tegen mij. Dan zul je zien dat het leven voor de rest zorgt. En nou, zo was het ook. Deze reis heeft me heel veel goeds opgeleverd. Niet alleen innerlijke voldoening, maar ook geld. Heel veel leuke opdrachten en de mogelijkheid om de dingen te doen waar ik zin in heb.

Interessant, in het begin van het boek schrijf je dat je wilt weten waarom de wereld is geworden, zoals hij is en dat je de wereld wilt begrijpen. Hoe is die wereld volgens jou en begrijp je die nu dan? Raoul ’Lastige vraag,( zeker met een kater). Misschien moet je het boek lezen om dit antwoord te begrijpen, maar ik denk dat de wereld werd zoals die was, doordat mensen geloven in sprookjes. Als je die sprookjes blootlegt, dan begrijp je wat je om je heen kunt zien. En als je dan nog beter kijkt, heel traag, met een hele lange sluitertijd, dan ontdek je dat daarachter nog iets anders zit. Een actualiteit die altijd actueel zal zijn. Iets wat niet door mensen is bedacht, iets wat er altijd is geweest en er ook altijd zal blijven. En wat het altijd zal winnen van onze sprookjes.

Verklaart dat ook de titel ‘De grootsheid van het al’? Raoul. ‘Ja, ik denk dat veel van ons ongeluk en veel van onze problemen worden veroorzaakt door het feit dat we niet doorhebben dat de sprookjes waarin we geloven, sprookjes zijn. We denken allemaal dat we supermensen zijn, dat alles valt en staat met onszelf. Dat is het sprookje waar we momenteel in geloven. Door te reizen op deze manier, zonder bescherming, zonder hulp van de technologie, ontdekte ik hoe klein ik ben en hoe groot je wordt door dat toe te geven. Door toe te geven hoe klein je bent wordt de wereld heel groot. Wat je daarvoor terugkrijgt is verbazing, verwondering, poëzie. Over dat andere, dat grotere, de werkelijkheid achter de werkelijkheid. Sommigen noemen het ‘God’. Ik noem het ‘de grootheid van het al’.’

Suriname en Rotterdam

De grootsheid van het alOver reizen gesproken. Wat is je volgende bestemming? ‘Suriname, waarschijnlijk. Ik wil als het even kan met een boot vanaf Rotterdam meevaren naar Suriname en op expeditie naar het regenwoud. Maar dat duurt allemaal nog wel even hoor, het is ook fijn om nu gewoon even thuis te zijn en me te verdiepen in verhalen die om de hoek gebeuren.’

Tot slot; waar voel je uiteindelijk het meeste thuis?. ‘Zonder twijfel, Rotterdam. Hier ben ik geboren, hier hoor ik.’

NB: Dit interview is ook te lezen op onder meer GroenRoodWit.nl