Utrecht, Tivoli: Echo & The Bunnymen

8 mei 2014: Echo & The Bunnymen  in Utrecht. Eén van de laatste concerten in het 'oude' Tivoli aan de Oude Gracht

8 mei 2014: Echo & The Bunnymen in Utrecht. Eén van de laatste concerten in het ‘oude’ Tivoli aan de Oude Gracht (foto: René Hoeflaak)

Mei 2014: over twee weken is de release van  ‘Meteorites’, het twaalfde studioalbum van Echo & The Bunnymen. We hebben er ook dit keer weer vijf jaar op moeten wachten. Want na de succesvolle jaren tachtig duurde het telkens vier, vijf en soms zeven jaar voordat de heren uit Liverpool als band nieuw materiaal uitbrachten. ‘Meteorites’ lijkt het wachten meer dan waard. Want ‘Meteorites’ past eerder in het rijtje klassieke albums uit de jaren tachtig dan de wat fletse platen uit de decennia rondom de eeuwwisseling  Het lijkt alsof de mannen van het eerste uur, zanger  Ian McCulloch (deze week 55 geworden) en gitarist Will Sergeant (56), het volle, ruimtelijke en over dertig jaar nog herkenbare Echo & The Bunnymen geluid hebben herontdekt. In ieder geval omarmd. Een oude liefde bloeit weer op. Zowel voor de (Britse) pers als oude en nieuwe fans. 

Nieuw leven

Want met lovende recensies over de nieuwste single ‘Lovers on the run’ zoals in The Rolling Stone, uitverkochte concerten in Groot-Brittannië, meer dan zes miljoen You Tube kijkers naar ‘The Killing Moon’ en bijna 400 duizend ‘likes’ op Facebookpagina,  lijkt de band toe een aan nieuw leven. Deze week onderbreekt Echo & The Bunnymen haar Engelse toernee voor drie Europese optredens. In Parijs, Antwerpen en Utrecht. Het uitverkochte optreden in Utrecht gisteren, was één van de laatste optredens in het oude ‘Tivoli’ aan de Oude Gracht. Een in alle opzichten nostalgische avond dus. Te beginnen met een indrukwekkend en passend  voorprogramma met de Rotterdamse band Rafts on Rats. De jaren tachtig zijn weer begonnen.

Utrecht 8 mei 2014; Will Sergeant van Echo & The Bunnymen (foto: Rob Snelders Fotografie)

Utrecht 8 mei 2014; Will Sergeant van Echo & The Bunnymen (foto: Rob Sneltjes Fotografie)

Vervolgens Echo & The Bunnymen zelf. Zes muzikanten met twee in het zwart geklede hoofdrolspelers. Een duo vijftigers op een mistig podium. Zoals Sergeant. Weliswaar enkele kilo’s aangekomen maar nog altijd stoïcijns en in zichzelf gekeerd. Op het vertrouwde af, net als zijn hemelse gitaarlijnen. McCulloch, doorgaans niet veel spraakzamer en vrolijker dan zijn eerder genoemde collega, is daarentegen vanavond opvallend spraakzaam. Nieuwe nostalgie? De grillige Engelsman maakt – niet altijd verstaanbare -grappen met zijn publiek, complimenteert zijn bandleden, verwijst naar vroegere optredens in Tivoli en dolt met zijn technici. Voor het laatste is wel wat te zeggen want de geluidskwaliteit is meer dan wisselend en sterk afhankelijk van je plek in Tivoli. Uiteindelijk valt het met de nostalgie mee. Want de playlist in Utrecht is een passende mix van oude en nieuwe nummers uit het oude en nieuwe tijdperk. Zeg maar van vòòr en na de meteoriet inslag. Uiteraard en tot genoegen van met mij het Utrechtse publiek bevat de setlist een aantal onvervalste  Echo klassiekers als ‘All That Jazz’, ‘My Kingdom’ , ‘Rescue’ ‘Seven Seas’, ‘Killing Moon’  maar biedt het ook meer dan voldoende ruimte aan songs van ‘Meteorites’ zoals ‘Constantinople’ , ‘New Horizons’,  het genoemde ‘Lovers on the run’ en  ‘Holy Moses’, naar mijn bescheiden mening een betere singlekeuze. In het Tivoli aan de Utrechtse Oude Gracht zien we Echo & The Bunnymen niet meer terug. Als McCulloch de avond afsluit met een extra lange toegift en in ‘Nothing ever lasts forever’ zowel Utrecht als Lou Reed vereerd, weet ik het zeker. Dit was toch wel een nostalgische avond.

8 mei 2014: Echo & The Bunnymen op het 'oude' podium van Tivoli in Utrecht (foto: René Hoeflaak)

8 mei 2014: Echo & The Bunnymen op het ‘oude’ podium van Tivoli in Utrecht (IPhone foto: René Hoeflaak)

NB: Na vandaag toert Echo & The Bunnymen in de maand mei verder door Groot-Brittannië, in de zomer volgt in ieder geval nog een optreden in Brazilië en in augustus een lange toernee door de Verenigde Staten.

Deze recensie is ook te lezen op de muzieksite Maxazine