Aan het einde van een wandeling bij het Noord-Hollandse Heiloo passeerden we onlangs een bijzondere waterput. Het bleek een heilige bron te zijn die jaarlijks door honderdduizend pelgrims vanuit de hele wereld wordt bezocht. Nooit geweten. Daarom verdiepte ik mij in de oorsprong en de geschiedenis van de bron en hoe het uitgroeide tot best bezochte bedevaartplaats van Nederland. Het leverde een verhaal op over een boer, een schipper, zieke koeien en een kastelein. En nog veel meer.

Rust, bezinning en gebed
Na zo’n 15 kilometer wandelen door onder meer het Heilooërbos, langs het Egmondbinnenkanaal en kleurrijke bloemenvelden, staken we in het gehucht Kapel voldaan het spoor over richting het centrum van Heiloo. Start- en eindpunt van onze wandeling. Het ideale en traditionele moment om ons te richten op de gebruikelijke horeca afsluiting bij een lokale horeca gelegenheid drong zich aan.
Maar het moest nog niet zo zijn. Want vrijwel op het moment dat we ons vizier dus richtten op de genoemde afsluiting, passeerden we de Runxputte. Een heilige bron die Heiloo al 600 jaar tot de grootste en bekendste pelgrimsplaats in Nederland heeft gemaakt. Een plek die bekend staat als Onze Lieve Vrouw ter Nood. De plek is wereldberoemd. Jaarlijks trekken maar liefst 100 duizend pelgrims vanuit de hele wereld naar deze plek. Voor rust, bezinning en gebed. Nooit geweten. En jij wellicht ook niet. Dus ik vertel je er graag meer over.

Boer en schipper
Laten we beginnen met de oorsprong en het waarom van het Heiligdom en de heiligheid. Daarvoor moeten we terug naar de 14e eeuw. Als een boer – zo gaat het verhaal- op zijn land een Mariabeeld vindt, mee naar huis neemt, vervolgens kwijtraakt en later weer terugvindt op dezelfde plek. Bij een waterput. De Runxputte. Volgens de overlevering op hetzelfde moment als de gebeden van een schipper in noodweer worden gehoord en beloond nadat hij de stem van Maria boven de golven hoort spreken: ‘als ge mij gaat eren, zal de wind gaan keren’ . Een tekst die we ook zien staan op de kapel bij de put.

Komen en gaan van pelgrims
Op de plek waar de boer het Mariabeeld terugvindt en de schipper zijn verhaal doet wordt een Genadekapel gebouwd. Onder de naam Onze Lieve Vrouw in Nood. De kapel groeide direct uit tot een bedevaartplaats. Duizenden pelgrims reisden vanaf de late Middeleeuwen af en aan naar Heiloo. Tot aan de dag van vandaag. Als we – nieuwsgierig en nog onwetend- wat rond de put draaien en een kijkje nemen in de kapel, is het een overzichtelijk en druppelsgewijs komen en gaan van bezoekers die zich besprenkelen met het water uit de put. In vreemde talen, van andere landen. Sommigen met een beperking. In een rolstoel of met blindenstok.

Reformatie en zieke koeien
Het scheppen en besprenkelen met het water uit de put was overigens niet altijd mogelijk. Tijdens en na de reformatie in de 16e eeuw werd de put gedempt, de kapel verwoest en het Mariabeeld ging verloren. Maar dat hield de komst van pelgrims niet tegen. De put ging weer open na een volgend wonder.
Als 150 jaar later, zieke koeien weer beter (schijnen te) worden na het drinken van bronwater bij de Genadekapel kent de verering van de plek en de komst van pelgrims geen grenzen meer en gaat de put weer open. Ondanks het verhaal en gerucht dat het ‘koeien’ verhaal zou zijn verzonnen door kasteleins van een nabijgelegen café om de bezoekersaantallen van het café wat op te schroeven.

Intrekken van vergunningen
De openstelling van de put en kapel en de niet aflatende toestroom van katholieke pelgrims was in de twee eeuwen daarna een voortdurende bron van irritatie van de Christelijke Nederlandse overheid. Geen middel werd geschuwd om de stroom van pelgrims te stoppen. Van het intrekken vergunningen van omringende café’s tot en met het verbieden van ceremonies, het stationeren van een legerbasis om daarop toe te zien en de aankoop van het terrein door een anti katholieke burgemeester. Ook individuele bezoeken werden strafbaar.

Treinstations voor pelgrims
Maar tijden veranderden. Zo’n beetje tegen en rond 1900 begon de belangstelling bij historici en wetenschappers voor de plek te groeien en werd het terrein ‘terug’ gekocht door een pastoor. Als in 1905 een katholieke margarinefabrikant de financiering voor het opgraven van de fundamenten van de kapel en de Runxputte voor zijn rekening neemt, is dat aanleiding voor een nieuwe stroom bedevaarten en een eerste processie. In 1906.
Daarna ging het snel. In hetzelfde jaar werd bij de put een houten kruis met een afbeelding van Maria geplaatst, gevolgd door de aankoop van en uitbreiding met naburige percelen en de bouw van een kerk. In 1914 werd naast de put en de kapel zelfs een speciaal treinstation voor pelgrims geopend. Het station is in 2013 overigens gesloten.

Bezinningspark
Het al maar groeiende aantal pelgrims en toeristen en de daarmee gepaard gaan uitbreidingsdrift van het bedevaartsoord kende de afgelopen eeuw geen grenzen, zo merkten we. Want naast de put wandelden we voor we het wisten, zo maar en ineens en lichtelijk verbaasd via een kruisweg door een zes hectaren groot ‘bezinningspark’. Langs gastenverblijven, een restaurant, een terras (met priesters), winkeltjes, kloosters, vijvers, wegwijzers (Genadekapel links, klooster rechts, restaurant rechtdoor etc.), informatiezuilen, plattegrondborden diverse kapelletjes, parkeerplaatsen, altaren, theetuinen en biechtplekken.

Volgens de website van het bedevaartsoord Onze Lieve Vrouw ter Nood is een plek voor rust, bezinning en gebed. Maar waar je, zo is verder te lezen, ook dagelijks terecht kan om te biechten of een persoonlijk gesprek met een priester. Voor retraites, familie- en bezinningsdagen en om je innerlijke rust en ruimte te ervaren. Voor mij hoe dan ook een plek om te onthouden en die mij wederom deed begrijpen, waarom ik zo hou van wandelen. Want wie wandelt, komt nog eens ergens. En bezint.



Categorieën:Stad en land