Finland, Helsinki: 2003

In de eerste novemberdagen van 2003 verbleef ik zes dagen in het Finse Helsinki.  Twaalf jaar later denk ik bij de combinatie mist, motregen en vroeg invallende duisternis nog altijd terug aan die zes Finse novemberdagen. Over mijn bezoek schreef ik een van mijn eerste reisverslagen. Voor Reis om de Wereld. Vandaag las ik het verhaal nog eens terug en deel ik het op mijn blog. Twaalf jaar geleden wordt gisteren. Ook of juist met de schrijfstijl van 2003. Zoek de verschillen.

Tekst reisverslag 2003: 

Helsinki, november 2003: drietalig straatnaambord (foto: René Hoeflaak)

Helsinki, november 2003: drietalig straatnaambord (foto: René Hoeflaak)

Na een vlucht van twee uur land ik op Helsinki Vantaa Airport. Het vliegveld ligt in een woest landschap met naaldbossen en verlaten huisjes. Na het inchecken in Hotel Torni oriënteer ik mij op de omgeving. In het centrum rijden veel groene trams en staan opvallend veel gele en blauwe gebouwen. Er is vrijwel geen hoogbouw.

Het is begin november en ik wandel al tussen de laatste sneeuwresten. Finland is tweetalig. De straatnamen staan in zowel het Fins als Zweeds aangegeven. Het is opvallend stil, ook al is het zaterdagmiddag. Rond halfvier valt de duisternis al in. Ik eet een Sämpylä (broodje met ham, augurk en kaas) in café Fontana aan de Etaleäsplanädi.

Om te schuilen bezoek ik de eerste ochtend het Helsinki Stadsmuseum. Hier krijg ik een goed beeld van de geschiedenis van Scandinavië en het in 1550 opgerichte Helsinki. Ik lees dat de stad door Koning Gustav Vasa werd opgericht om te concurreren tegen Tallin. De tweede etage is gewijd aan de Russische ‘periode’ tussen 1808 en 1917 en de burgeroorlog in 1918. De Olympische Spelen van 1952 en de toetreding tot de EG in 1995 worden aangemerkt als hoogtepunten in de geschiedenis van Finland.

Cafe Sofia

Het museum ligt in Sofiankatu. Men noemt deze oudste straat van de stad ook wel ‘geschiedenis’ straat. De straatnaam wordt ook in het Russisch aangegeven. Met haar lantaarnpalen, telefooncel en brievenbus uit de ‘Russische’ tijd en onder het genot van een kop koffie in Russisch café Sofia, waan ik mij helemaal in Rusland.

2003: Sofiankatu, de ‘museum’-straat van Helsinki. (foto: René Hoeflaak)

2003: Sofiankatu, de ‘museum’-straat van Helsinki. (foto: René Hoeflaak)

De straat komt uit op het Senaatsplein en de Domkerk. Het plein is verlaten en in de druilende regen en mist is het bekendste bouwwerk van Helsinki niet zo indrukwekkend als in de toeristenfolders. Meer indruk maakt de driehonderd meter verderop gelegen Uspenski Kathedraal. Het is de grootste Russische Orthodoxe kerk buiten Rusland.

Binnen ruikt het naar wierrook en klinkt galmend kerkgezang. Door de aanblik van de rode torens in de dagschemer en mist en de Russische bezoekers rond en in de kerk, moet ik denken aan een Siberische stad. ’s Avonds eet ik Laps in restaurant  Lappi. Op het menu staan rendierlever, rendiertong, rendiervlees, rendiersoep en veel vis. Het weinig spraakzame personeel loopt in traditionele Lapse kledij. Bij het goed smakend rendiervlees drink ik uiteraard het Lapse Lapin Kulta bier. De lappen houden blijkbaar van snel eten want binnen een uur sta ik weer buiten.

Kiasma

Vandaag verken ik Helsinki te voet. Ik begin mijn wandeling via het centrale busstation langs het Kiasma museum voor Moderne Kunst. Het Kiasma is een modern gebouw uit 1998. Omdat het kromme gebouw is ingeklemd tussen het postkantoor en de drukke straat Mannerheimintie vind ik de vormgeving niet uitkomen. Het daarnaast gelegen Sonamatalo is het glazen Paleis van Helsinki.

De publiekshal met haar vele winkels en coffee shops lijkt een hangplek voor jonge moeders met baby’s. Ik bewonder de glazen liften en de constructie van het vierkanten bouwwerk. Bij de brug van de Mannerheimintie, staat een groot standbeeld van generaal Mannerheim te paard. Hij is de nationale held van Finland en het symbool van de Finse onafhankelijkheid. Onder zijn leiding werden de communisten in 1918 verslagen.

Uspenski kathedraal

Aan de overkant staat het parlementsgebouw. Ook daar staan twee flinke standbeelden. Dit keer van de eerste President van Finland, Stählberg en de latere Svinhufvud. Na een dag Helsinki wordt mij steeds meer duidelijk: de Finnen houden van standbeelden en zijn trots op hun land en onafhankelijkheid. Vreemd is het niet.

November 2003: ook het glazen paleis Sonamatalo is in de mist geneveld. [Foto: René Hoeflaak]

November 2003: ook het glazen paleis Sonamatalo is in de mist geneveld. [Foto: René Hoeflaak]

Ze hebben zich de afgelopen tweehonderd jaar losgemaakt van zowel de Zweedse als Russische overheersing en zijn op eigen benen uitgegroeid tot een economische grootmacht. Omdat ik op straat vrijwel geen allochtoon of buitenlander tegenkom en echte warme gastvrijheid tot nu nog moet ontberen, lijkt het wel alsof Finse trots doorslaat in een vorm van wantrouwen tegen het ‘onbekende’.

Het verderop gelegen Fins Nationaal Museum is gesloten. Ik beperk ik mij tot het nemen van foto’s in de museumtuin. Zonder flitslicht kan ik geen foto meer nemen. Het is de hele dag schemerig. ‘Hoe moet het dan wel eind december zijn’ vraag ik mij af, wandelend naar de Finlandia Hal.

Olympisch Stadion

De Finlandia Hal is de bekendste evenementenhal van Finland. Ik vind het eerlijk gezegd een lelijk wit gebouw. Nee, geef mij dan maar het naastgelegen Hesperian Park. In dit stadspark geniet ik van de groengele herfstkleuren en de kale berkenbomen. Voor de derde keer loop ik een ‘snelwandelaar’ met skistokken tegemoet.

Met het Töölönlahtimeer op de achtergrond, fantaseer ik over het noorden van Scandinavië. Ik steek over naar het Olympisch Stadion. Voor het stadion staat het standbeeld van een andere Finse held, de hardloper Paavo Nurmi. Hij won in totaal negen gouden Olympische medailles. Voor twee euro pak ik de lift naar de top van de Olympische Toren.

Boven blijkt het uitzicht vanwege de nevel circa twee meter. Als ik de portier met enige vorm van cynisme verslag doe van het prachtige uitzicht, kan er geen lachje of vrolijke weerwoord van af. Nee, voor vrolijke en spontane praatjes moet je niet in Finland zijn. Via het naastgelegen voetbalstadion van HJK Helsinki loop ik door de wijk Taka-Töölö.

Waar is iedereen?

De middag is nog jong maar de straatverlichting is al aan. In de gele en groene huizenblokken brandt licht. In de buurtwinkels zie ik geen klandizie. Waar is iedereen? Dit vraag ik mij ook in het Sibelius park waarin ik alleen een wandelaar met twee honden ontwaar. (Het valt mij op dat de Finnen vaak twee honden bezitten).

Ik wandel langs kale berkenbomen, groene grasvelden, grote kraaien en over gele bladeren. Hier staat ook het Sibelius monument, een stalen kunstwerk ter nagedachtenis aan de componist Sibelius. Er is vier jaar aan gebouwd. Door het bomenpark bij Lappinlahti haven ga ik richting centrum. Zoals vele Finnen, stil ik mijn trek met een lunchbuffet van aardappelpuree en vlees.

November 2003: kanonnen op Suomenlinna. [Foto: René Hoeflaak]

November 2003: kanonnen op Suomenlinna. (Foto: René Hoeflaak)

De volgende ochtend ga ik met de ferry naar Suomenlinna. (Zweedse naam: Sveaborg). Dit eiland bestaat uit eigenlijk uit drie kleine eilandjes en is sinds 1991 cultureel erfgoed van de UNESCO. Het diende de afgelopen 250 jaar als fort- en verdedigingsbolwerk van de Zweden, Russen en de Finnen.

Bij de ferry op het marktplein staan enkele verregende marktkraampjes. Omdat niet duidelijk staat aangegeven waar de ferry naar Suomenlinna vertrekt, neem ik plaats in het onderdek van de dichtstbijzijnde boot. Waar is het personeel? Een willekeurige passagier verzekert mij dat ik goed zit. Herkenbaar aan de jaren zeventig vrijetijdskledij van mijn medepassagiers en hun onleesbare plastic tassen, verkeer ik in een bont gezelschap van filmende Russische toeristen. Zicht of geen zicht, de wereld gaat voor ze open. Twintig minuten later stap ik aan wal.

Ik ga eerst naar de marine academie op Pikku Mustasaari. Waarschuwingsborden geven aan dat ik mij op militair terrein begeef. Buiten roken twee mariniers een sigaretje. Zij nemen nauwelijks notie van mijn aanwezigheid. Alleen en verlaten loop ik door de intense herfstnevel rond het gele gebouw en over de binnenplaats.

In 1918 was hier een interneringskamp voor communisten. In een onheilspellende omgeving dwalen mijn gedachten af naar 85 jaar geleden. In de expositieruimte van het uitgestorven maar zeer onderhoudende Suomenlinna Museum lees ik dat het eiland sinds 1973 wordt bewoond. Enkele van de 850 inwoners werken op het droogdok. Ik slenter over het eiland langs barakken, kanonnen, forten, historische kazernes, vestingmuren, groet af en toe een bewoner.

Door de unieke en zeldzame combinatie van eilandrust en militaire historie, begrijp ik waarom het hier een Cultureel Erfgoed is. Na de lunch in café Chapman wandel ik richting Vesikko, de onderzeeboot uit de dertiger jaren. De boot is helaas alleen in de zomer open. Ik warm mij op bij een klein kampvuurtje bij de boot en loop via de bibliotheek en de kerk terug naar de Ferry.

Met de trein naar Lahti

2003: Finland, Lahti, schansbanen (foto: René Hoeflaak)

2003: Finland, Lahti, schansbanen (foto: René Hoeflaak)

Op de laatste volle dag van mijn verblijf neem ik de trein naar Lahti. Met wederom slechts enkele medepassagiers en met de verwarming op volle toeren raast de trein door berken- en naaldbossen naar het honderd kilometer verderop gelegen Lahti. Bij het binnenrijden van Lahti zie ik drie hoge skischansen liggen.

Voor het station staat het standbeeld van Mannerheim te paard. Vanaf het station wandel ik over brede asfaltwegen en langs grijze gebouwen naar het centrale marktplein. Er is toevallig vandaag markt. De winter nadert want het assortiment op de markt bestaat hoofdzakelijk uit warme mutsen, sloffen, truien en sokken. Als ik een paar warme schapensloffen pas en koop, trek ik veel bekijks. In deze provinciestad is men niet gewend aan vreemdelingen.

Na vijftien minuten lopen van het centrum kom ik aan bij de drie skischansen. In de winter zijn hier schans springwedstrijden. Ook het WK is hier ooit. De 116 meter hoge schans ziet er dreigend uit. Ik heb nu nog meer bewondering voor een schansspringer. Naast een wandeling over de winkelstraat Aleksanderinkatu, is er voor een vreemdeling als ik niets te beleven in Lahti. Om 16.04 neem ik de trein terug naar Helsinki.

Afscheid van Helsinki

Vlak voor vertrek, bezoek ik de Johanneskerk. Ook vandaag staan de rode torens in de wolken. Rond de kerk werken bouwvakkers aan een tunnel. Binnen is het heerlijk rustig en mijmer ik over Helsinki. Een kleine, veilige en overzichtelijke stad die mij enkele dagen het heden als verleden van Scandinavië, Rusland en Europa heeft geboden, mij heeft verrast met vele restaurants, cafés en Pubs.

Echter ook een stad die zichzelf wil blijven en de afstand met de boze ‘buitenwereld’ koestert. Op het vliegveld staan inmiddels kerstbomen. De winter komt er nu echt aan. Ik keer zeker een andere keer terug. Helsinki is nog niet van ‘deze vreemdeling’ af. Näkemiin.