augustus 18

Tags

Nationaal Park Oosterschelde

Serooskerke, Schouwen-Duiveland, augustus 2013: Monument slachtoffers watersnoodramp 1 februari 1953 (foto: René Hoeflaak)

Zeeland, Serooskerke, Schouwen-Duiveland, augustus 2013: Monument slachtoffers watersnoodramp 1 februari 1953 (foto: René Hoeflaak)

Nachtvissen is niet toegestaan in de Schelphoekkreek, een waterplas  aan de zuidrand van het Zeeuwse dorpje Serooskerke en verscholen achter de dijk langs de Oosterschelde.  Alleen forellen mogen worden meegenomen. Twee maximaal. En een Aal  kan maximaal 65 jaar worden. Nuttige teksten op het informatiebord van Hengelsportvereniging de Krabbe aan de beboste oevers van de Schelphoek. Teksten voor vissers. Minder zinvol voor wandelaars. Alhoewel de Aal ook zijn mannetje staat op het land, zo lees ik verder. Ik ben gewaarschuwd. Vanuit de lucht en met een klein beetje fantasie heeft de vorm van de kreek – noem het een meer- iets weg van een monster. Zoals zoveel plassen en meren in zuidwest Nederland ontstaan na de watersnoodramp van 1 februari  1953.  Een belangrijk moment in de eeuwige en tijdloze strijd tussen mens en water. Met een monument in het hart van de dorpskern van Serooskerke op Schouwen-Duiveland herdenkt het dorpje haar slachtoffers van die rampdag. Voor de goede orde, het gaat hier om de kleinste van de twee Zeeuwse plaatsen met de naam Serooskerke.  Een buurtschap met slechts driehonderd inwoners  en minder dan tien straten. Vanaf het monument wandel ik  richting het wandelpad langs de Schelphoekkreek.

15 augustus 2013; Zeeland, Schouwen-Duiveland: Dijk langs de Oosterschelde (foto: René Hoeflaak)

15 augustus 2013; Zeeland, Schouwen-Duiveland: Dijk langs de Oosterschelde, onderdeel van het Nationaal Park Oosterschelde. De Oosterschelde werd in 2002 een Nationaal Park (foto: René Hoeflaak)

Nationaal Park Oosterschelde

Maar het broze evenwicht tussen mens en water wordt pas echt zichtbaar als ik de Schelphoekkreek via een schelpenpad verlaat en vanaf de dijk uitkijk over de Schelphoek, de Oosterschelde, schorren, slikken, binnendijkse inlagen, zandplaten en dijkpalen ofwel het Nationaal Park De Oosterschelde, met 370 vierkante kilometer het grootste Nationale Park van Nederland. Een paradijs voor vogel, weekdier, vis, visser, rund, vogelaar en wandelaar. Na het Waddengebied het omvangrijkste vogelgebied  van de Benelux.  Bijna vier uur lang struin ik over verlaten en winderige dijken eerst langs de Schelphoek, het hapje in de kust van SchouwenDuiveland, vervolgens  langs de Oosterschelde,  vogelreservaten,  stiltegebieden, uitkijktorens en  vogelkijkplaatsen. En – voor het in eerst in mijn leven – tussen twee inlagen. Het overkomt je. Eerlijk gezegd had ik van een inlaag  niet eerder gehoord. In Jip en Janneke taal is een inlaag een watergebied tussen hoofd- en reservedijk. Op een weiland tussen twee inlagen staat  de gedenksteen voor Rykel Ten Kate (1912-1992). Ten Kate fotografeerde zo’n beetje elke centimeter van Schouwen-Duiveland. Met de voltooiing van de Oosterscheldekering in 1986 is de Oosterschelde  definitief los van de zee. Dat maakte Ten Kate dus nog mee. “Natuur en wind zijn de baas in het  Nationaal Park Oosterschelde” aldus Natuurmonumenten. Daar sluit ik mij graag bij aan.

Augustus 2013: Inlaaggebied  in Nationaal Park Oosterschelde. (foto: René Hoeflaak)

Augustus 2013: Inlaaggebied in Nationaal Park Oosterschelde. (foto: René Hoeflaak)