oktober 07

Tags

Interview: Hugh Cornwell

Hugh Cornwell, oktober 2014 (foto: René Hoeflaak)

Hugh Cornwell, oktober 2014 (foto: René Hoeflaak)

Voor Maxazine sprak ik met Hugh Cornwell. Hij was tussen 1974 en 1990 gitarist, zanger en voorman van de Engelse band The Stranglers. Meer dan twintig keer stond hij met The Stranglers in de UK Top 40 met hits als ‘No more heroes’ en ‘Golden brown’. Als solo artiest bracht hij vele albums uit. Daarnaast is de Engelsman actief als schrijver en filmer. Vorige week was Cornwell met zijn eigen band in Nederland voor een korte tournee en radio-tv opnamen bij RTV Rijnmond.  In Rotterdam sprak René Hoeflaak voor Maxazine met de 65-jarige muzikant en schrijver. ‘Eigenlijk ben ik een held. Niemand maakt zich zorgen om mij’.

Ik verkeer in de veronderstelling dat Cornwell het – na 23 jaar- zo langzamerhand wel zat is om het telkens weer over The Stranglers te hebben. Als ik die veronderstelling aan het begin van ons gesprek aan hem voorleg, volgt een antwoord van bijna vijf minutenHugh: ‘Het is inderdaad lang geleden, maar de Stranglers periode is een belangrijke periode in mijn leven, dus wat mij betreft kunnen we het er wel  ‘een beetje’ over hebben. Kijk, ik heb veel aan die periode te danken. Ik ben eerlijk gezegd blij dat The Stranglers  zonder mij zijn doorgegaan en nog steeds platen maken en optreden. Want voor negentig procent bestaat hun repertoire nog steeds uit nummers uit ‘mijn’ periode bij de band. Dus van voor 1990. In die zin voorzien zij nog steeds in mijn inkomen. Bovendien toont het ook aan dat het goede songs zijn. Dus zij hebben lol, de Stranglers fans vinden het leuk, het helpt mijn carrière en ik ben gelukkig. In zekere zin stelt het mij dus ook in staat nieuwe nummers te schrijven en op te nemen. Want mijn eigen live repertoire bestaat hooguit voor 50 procent uit Stranglers songs. Kortom, door The Stranglers kan ik nu de dingen doen die ik doe zoals liedjes en boeken schrijven,  platen opnemen en muziek en films maken. Want weet je René, ik hou van muziek, woorden en beelden. In films kan ik dat allemaal combineren.’

Vertel eens iets meer over je film activiteiten? Hugh: ‘Van mijn laatste album Totem and Taboo is van ieder nummer een videoclip opgenomen. Sommige clips regisseer ik zelf, in andere filmpjes speel ik zelf of schrijf ik het filmscript. Volgend jaar willen we een DVD uitbrengen van alle opnamen. Verder zijn er plannen en is er interesse om mijn eerste roman ‘Window on the world’ (uit 2011-RH) te verfilmen.  Ik zal die film niet zelf regisseren maar wel het script schrijven’.

Nu we het toch over boeken hebben. Je onlangs verschenen roman ‘Arnold Drive’ gaat over een kapelaan die worstelt met zijn religie en zijn levenservaringen. Hoe ben je aan dit thema gekomen? ‘Ik ben er voor wat betreft religie en geloof nog steeds niet uit. Voortdurend stel ik mij zelf nog  vragen.  Ik hoopte met het schrijven van het boek een antwoord te kunnen vinden’ aldus Hugh.

En heb je die gevonden? Hugh ‘Ik denk dat er op de wereld op dit moment zeker wel een plek is voor religie, maar dat het voor religies moeilijk is die plek te vinden. Ik denk ook dat wanneer een geloof zich opsluit in gebouwen zoals kerken of moskeeën, het moeilijk zal zijn een plek of de juiste weg te vinden. Neem mijn hoofdpersoon. Pas als hij stopt als kapelaan en de kerk verlaat, ontdekt hij andere wegen om mensen te veranderen en het verschil te maken. Alleen niet op de manier zoals hij ooit voor ogen had. Hij is op ontdekkingsreis. In die zin is het boek – zoals eigenlijk iedere roman-  autobiografisch’

Eenvoud

Die ontdekkingsreis geldt nog steeds ook voor het maken van muziek, zo blijkt even later in ons gesprek. ‘René, Ik ben bezig met een nieuw album met eeuwige en tijdloze klassiekers uit mijn jeugd.  Ik leer nu pas hoe moeilijk het is om een nummer als MacArthur Park van Jimmy Web met eenvoudige arrangementen en met een eenvoudig geluid op te nemen. En ik ontdek nu pas Ritchie Valens. Hij was amper zeventien toen hij  klassiekers schreef als ‘La Bamba’ en ‘Donna’ schreef. Ongelooflijk. Ik was pas vijfentwintig toen ik mijn eerste nummer schreef.  Als hij niet op zijn zeventiende was overleden, was hij zeker groter en beroemder geweest dan Elvis Presley. Dat realiseer ik mij nu pas. Op dit moment onderwijs ik mijzelf in eenvoud. Uit de tijd van Ritchie Valens. Pas als ik dat onder de knie heb, begin ik weer aan een nieuw album met eigen songs’

Hugh Cornwell tijdens de opnmen van Live at Lloyd in de studio van RTV Rijnmond (foto: René Hoeflaak)

Hugh Cornwell tijdens de opnmen van Live at Lloyd in de studio van RTV Rijnmond (foto: René Hoeflaak)

Wat vind je overigens zelf het beste nummer dat je ooit hebt geschreven? Hugh: ‘Golden Brown. In alle opzichten. Daar zit alles in. Ik zag toevallig deze week op televisie nog een artiest die het nummer naspeelde. Het gaat nog jaren mee. Maar ik ben ambitieus, dus wie weet gaat mijn beste nummer nog komen’.

Naar welke muziek of artiest luister jij eigenlijk op dit moment? ‘Ik luister nooit naar muziek behalve dan voor mijn nieuwe album naar Ritchie Valens of andere artiesten uit die tijd’

Hugh, probeer het voor jou essentiële verschil tussen het schrijven van een boek of een song te omschrijven? ‘Dat is vooral de continuïteit.  Je kan elke dag een nieuwe song schrijven. De tekst van de ochtend hoeft in geen enkel verband te staan met die van de middag. Bij een boek is dat wel wat anders. Je moet ’s ochtend voortborduren op de teksten van de dag ervoor. Een ontdekkingsreis op zich’.

Ik zag op YouTube een filmpje uit 1977 waarin je op het podium van Paradiso in Amsterdam roept, dat er ‘geen helden meer zijn’. Vind je dat anno 2014 nog steeds? Zijn er geen helden? ‘Wel ik heb net als iedereen wel een held. Eigenlijk ben ik zelf een held want ik verkeer in de gelukkige omstandigheden dat ik leef zoals ik wil en uitsluitend doe wat ik leuk vind. Ik ben compleet onafhankelijk. Als mens en als muzikant. Niemand verwacht iets van mij. Ik heb geen vrouw en kinderen. Mijn ouders leven niet meer. Dus waar ik ook ga of sta, ik laat niemand thuis achter. Dat voelt enerzijds als een voorrecht maar anderzijds ook wel eens ongemakkelijk. Los van mijn broers en zussen ontbeer ik een hechte familieband’

Tot slot. Je bent 65 jaar. In Nederland is dat de pensioengerechtigde leeftijd. Hoe zit dat bij jou? ‘Tja, ik ben met zoveel dingen bezig. Voor veel mensen wordt de wereld kleiner naar mate ze ouder worden. Bij mij is dat andersom. Ik ben liever ongelukkig dan dat ik mij verveel. Ik wil muziek maken, schrijven, reizen naar prettige plekken, films kijken, zwemmen en cricket kijken. Jullie hebben trouwens een hele goede cricketspeler, Ryan Ten Doeschate’

De opnamen voor Live at Lloyd van RTV Rijnmond staan op het punt van beginnen. We ronden het gesprek af. In recordtempo probeert Hugh nog snel mijn interesse te wekken voor het cricketspel. Hij heeft gelijk, het leven is een ontdekkingsreis.HUGHC