De Shepherd’s Pie van Keith Richards ook in Rotterdam?

Er zijn weinig elpees die ik later ook op CD heb gekocht. En zelden lees ik een boek van bijna zeshonderd pagina’s in een goede week uit. De CD “Talk is Cheap” uit 1988 en de autobiografie “Life” uit 2010 van Keith Richards, de gitarist van The Rolling Stones, vormen hierop een uitzondering. En terecht.

De Stones, die ik voor het eerst in 1982 in Rotterdam zag optreden,  gaan dit jaar wellicht weer toeren, zo las ik onlangs. Ik zal er zeker bij (trachten) te zijn en zal dan extra letten op de chemie tussen Keith en Mick (Jagger). Zoals ik voortaan ook anders zal luisteren naar “You don’t move me” van de eerdergenoemde CD. Die song gaat over de bekoelde relatie tussen Mick en Keith in de jaren tachtig.  Want die twee hebben toch wel een broederachtige haat-liefde relatie, zo lees en smul ik in het boek. Jarenlang (jaren tachtig) waren de twee niet ON SPEAKING TERMS. Volgens Keith leidde Mick aan het LVS Syndroom, het Lead Vocal Singer syndroom waarvan grootheidswaanzin een symptoom is. Jagger werd in die tijd tijdens een zakelijk bespreking in Amsterdam door drummer Charlie Watts tegen de grond geslagen toen Mick hem “mijn drummer” noemde. Mick had het bovendien flink verbruid bij Keith en collega’s toen bleek dat Jagger, een geheime deal met CBS Record had gesloten over enkele solo albums, waaronder “She’s the Boss“. Een elpee die Keith tot de grond toe afkraakt en vergelijkt met “Mein Kampf”. Vooral het begin en het einde van het boek boeit mij zeer, zoals bij wel meer autobiografieën. In het boek wordt overigens met geen woord gerept over het optreden in Scheveningen in 1964.Van de jaren zeventig kan Keith zich zelf ook niet al te veel meer herinneren. Toch gaan bijna vierhonderd pagina’s over deze periode. Opmerkelijk is wel dat hij regelmatig Rotterdam noemt. Zoals bij een date met een Duitse scharrel in een Rotterdams hotel en de kat in de zak bij een deal in de Rotterdamsxe haven met “some guys from Surinam”.  Het is nu weer goed tussen Keith en Mick, die elkaar voor het eerst ontmoetten in oktober 1961 op het station van Dartford. Alhoewel, drie jaar daarvoor kocht Keith Richards (1943) een ijsje bij de toen vijftienjarige ijsverkoper Mick Jagger. Hoe dan ook, de rode draad in het boek is toch de muziek. Die stroomt onder alle omstandigheden door de vaten en aderen, geërfd van zijn opa Gus. Dat de Stones mogelijk weer gaan toeren in 2011, is vrijwel zeker het initiatief van Keith en, volgens mij pure liefhebberij. De omschrijving van de spelvreugde bij het opnemen van “Talk is Cheap” in 1988 wordt aan het eind van het boek, pagina na pagina, overtroffen door uitingen van plezier, energie en enthousiasme over live-optredens. In welk stadion waar dan ook.

Die Keith Richards is wel een goede vent en deugt, zo concludeer ik na bijna zeshonderd pagina’s. Ondanks zijn tik om voor ieder show de korst van een Shepherd’s Pie aan te snijden en er verder niets meer van te eten. En wie weet zien we Keith nog wel in Rotterdam, in 2011. Hij kent de weg. Zie ook: http://www.bbc.co.uk/news/entertainment-arts-11693244 en  http://www.keithrichards.com/