Zaltbommel

Vandaag: Rond 12.30 uur. De sprinter Utrecht-Breda rijdt langs de Uiterwaarden van de Lek, op de grens van Gelderland en Utrecht (foto: René Hoeflaak)

Vanmiddag rond half drie doezelde ik onder een herfstzonnetje wat weg op een bankje op het station van Zaltbommel. Wakker geschrokken door de langsblazende Intercity Utrecht-Den Bosch, zie ik een grote kerktoren boven de takken en bladeren van het station uitsteken. Met nog twintig minuten wachttijd voor de boeg, mijmer ik over Zaltbommel. “Waar komt de naam vandaan?”. “Iets met zout, van Z(s)alt, wellicht?”. Ik mijmer verder over een  kerktoren bij een rivier. En over de familie Philips. Zaltbommel is vast geen stadje om een uiltje te knappen op het station. Zeker niet tijdens de Tachtigjarige oorlog. Toen was in Zaltbommel sowieso geen station. Het was toen hoe dan ook niet aan te raden om in Zaltbommel in slaap te vallen. Waakzaamheid was geboden. Regelmatig belegerden de Spanjaarden Zaltbommel, telkens zonder succes. De grote Sint- Maartenskerk stond er al, als een soort vuurtoren langs de Waal. Rond de jaarwisseling 1863/1864 bezocht Karl Marx zijn tante en  oom Leon Philips in Zaltbommel. Marx kwam in ieder geval niet met de trein. Een station was er toen nog niet. En als er treinen zouden rijden was de kans groot dat Marx “zwart” zou rijden. Marx kwam vaak naar Zaltbommel om geld te bietsen bij zijn oom en tante? Ik zie het al helemaal voor mij; Kerst 1863 in Zaltbommel: Karl Marx, op bezoek bij opa Leon Philips, werkt aan zijn boek “das Kapital” en schrijft over arbeidersrevolutie en onteigening van kapitalisten. Daarbij regelmatig gestoord door de zesjarige kleinkind Gerard, de latere grondlegger en oprichter van één van de grootste multinationals ter wereld.  Nee, Zaltbommel is zeker geen stadje voor een middagdutje. Om 14.45 uur vertrekt mijn trein, stipt op tijd, naar Breda.

Zaltbommel vanmiddag; De Sint-Maartenskerk is vanaf het station van Zaltbommel goed te zien (foto: René Hoeflaak)