Rotterdam: slavernijmonument

Rotterdam, 8 maart 2014: de dansende slaven van  het  slavernijmonument (foto: René Hoeflaak)

Rotterdam, 8 maart 2015: de dansende slaven van het slavernijmonument (foto: René Hoeflaak)

In de 18e eeuw was Rotterdam een belangrijke stad in de internationale slavenhandel. Tientallen schepen vertrokken vanuit de havenstad richting Afrika voor de aankoop van en handel in slaven voor gedwongen arbeid op de suiker-, koffie- , cacao-, katoen- en tabaksplantages in Suriname en op de Nederlandse Antillen. De eerste lentewandeling van dit jaar bracht mij afgelopen weekend onder meer naar de Lloydpier. Dat is de plek waar de Rotterdamse slavenschepen volgeladen met handelswaar als sterke drank, vuurwapens en aardewerk de trossen losgooiden. En niet toevallig dan ook de plek waar Rotterdam in bijzijn van minister Ronald Plasterk bijna twee jaar geleden een monument onthulde ter herinnering aan de slavenhandel .’Het lichaam dat slaaf is vertrekt, de ziel die vrij is blijft‘ zo lees ik op het monument.

Dansen is bevrijdend

Het opvallende monument is een initiatief van gemeenteraadslid Peggy Wijntuin en ontworpen door de Kaapverdische/Rotterdamse kunstenaar Alex da Silva (1974). Hij liet zich hierbij inspireren door dansende en geketende slaven. Want ‘dansen is bevrijdend en brengt culturen samen’ aldus de kunstenaar.

De Rotterdamse kooplieden Herman van Coopstad en Jacobus Rochussen waren eigenaar van drie schepen, waarmee zij tussen ongeveer 1745 en 1780 65 slavenreizen van en naar Afrika uitvoerden. Handelsonderneming Coopstad  & Rochussen vormde daarmee de op een na grootste particuliere slavenhandelsonderneming van Nederland na de Middelburgse Commercie Compagnie. Per reis werden ruim 300 slaven onder erbarmelijke omstandigheden vanuit Afrika naar de Nederlandse plantages getransporteerd.

Werkplaatsen in Rotterdam

Rotterdam: 8 maart 2015: slavernijmonument aan de Lloydpier (foto: Renéd Hoeflaak)

Rotterdam: 8 maart 2015: slavernijmonument aan de Lloydpier (foto: Renéd Hoeflaak)

Rotterdamse burgers investeerden tussen 1755 en 1775 meer dan 4,5 miljoen gulden in de Caraïbische plantages als belegging en voorziening  voor weduwen en wezen zo is te lezen in de onthullingsspeech van professor Alex van Stipriaan van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Tot in de wijde omgeving van de stad waren werkplaatsen in bedrijf om de slavenplantages draaiende te houden. Van de productie van touw en spijkers tot en met jenever en kaas, zo memoreerde Van Stipriaan verder.

Petitie aan de Koning

Tijden veranderen. Vroeger en nu. In februari 1842 stuurde 129 Rotterdamse vrouwen de eerste landelijke petitie aan de Koning die pleitte voor afschaffing van de slavernij. Het duurde daarna uiteindelijk nog 21 jaar voordat de slavernij werd afgeschaft. 250 jaar later telt Rotterdam ruim 80.000 inwoners met wortels in Suriname en het  Caraïbisch gebied.