Culemborg

Culemborg 13 september 2012; oevers van de Lek en de Kuilenborgse Spoorbrug (foto: René Hoeflaak)

September 2012: iedereen die vanuit Utrecht per trein naar het zuiden van Nederland reist, herkent aan beide zijden de eeuwenoude onaantastbare Skyline langs de oevers van de Lek, ter hoogte van Culemborg. Daar waar de trein over de Kuilenborgse spoorbrug Gelderland binnenrijdt. Andersom geldt hetzelfde. In de wijde omtrek van de Lekoevers en Lekdijken rondom Culemborg is de spoorbrug zichtbaar. Al bijna honderdvijftig jaar. De huidige boogbrug verving in 1983 na 115 jaar de originele eerste spoorbrug. De eerste brug overleefde twee wereldoorlogen en was bij de opening in 1868 de langste spoorbrug van Europa. Drie jaar later volgde de Moerdijkbrug. Ook zo’n brug die twee provincies verbindt.

Onaantastbaar

De brug lijkt dus even onaantastbaar als de uiterwaarden onder en naast zich. Waarden met namen als Goilberdingerwaard, Baarsemwaard en Redichemse Waard. Tijdens de dijkverzwaring in 1999 zijn in de waarden geulen aangebracht om de rivier bij hoog water meer ruimte te geven. Gisteren was het laag water en dus grijp ik mijn kans voor een wandeling door de natuurgebieden langs de Lek en de spoorbrug met beide voeten aan. Vlakbij de Goilberdingerdijk ga ik in de Baarsemwaard via een trap omhoog naar het begin of het einde van de spoorbrug. Een unieke plek voor toch ook wel een uniek moment. Want eindelijk is het zover. De krommingen en de oevers van de Lek liggen aan mijn voeten. Een jarenlange wens van een wandelende treinreiziger gaat in vervulling.

Culemborg, 13 september 2012; Veerpont over de Lek naar Schalkwijk (foto: René Hoeflaak)

Even later wandel ik onder de brug door richting de haven en de Veerweg van Culemborg. Het gierpontje naar Schalkwijk vaart af en aan. Spoorbrug of niet. Zeven dagen per week, 365 dagen per jaar. Dat geldt niet voor de openingstijden van Lekkers aan de Lek, de gekleurde Pipo de Clown en Mamaloe woonwagen bij de afrit naar de pont. De koffiezaak met terras werd geopend in 2010 en is een prijzenswaardig initiatief van Tessa Volkers en Judith Roeland en is geopend van mei tot en met september.

Culemborg: koffiezaak Lekkers aan de Lek (foto: René Hoeflaak)

Op de Veerweg wandel ik langs gerenoveerde arbeidershuisjes uit 1875 en een gevel met de tekst “Wachtkamer der Stoombooten”, een voormalig glasblazerscafé. Want de spoorbrug bracht Culemborg welvaart en werk, zoals in de sigaren- en meubelindustrie. Ook de sigarenreclame op de hoekgevel werd niet lang geleden gerenoveerd. Het Marktplein, even verderop, vertelt nog veel meer over de langen en roemruchte geschiedenis van Culemborg, de voormalige vrijstad en vrijhaven voor slaven en schuldenaars. Maar dan hebben we het wel over de veertiende eeuw. Ik verlaat de stad en het verleden over de Beusichemse dijk. Kilometers lang volg ik de kronkelingen van de dijk met links naast mij de Redichemse Waard en de Lek. Achter mij de spoorbrug. Iedere waard heeft een polder. En dus wandel ik door de Redichemse Polder terug naar de randen van Culemborg.

Ik neem afscheid van Culemborg na een ommetje door het Plantage Park. Dit Engelse park uit 1850 is het zoveelste monument van Culemborg en een ontwerp van de bekende landschapsarchitect Zocher. Een half uur later stap ik op de trein richting Utrecht. Ik zoek een plekje aan het raam en ga er als een treinreizende wandelaar eens goed voor zitten.

13 september 2012: Culemborg, Veerweg (foto: René Hoeflaak)

13 september 2012: Culemborg, Beusichemse Dijk (foto: René Hoeflaak)