Rotterdam: Katendrecht

Rotterdam, vanochtend; De Rode Loper, het wandelpad van Station Rijnhaven naar Katendrecht (foto: René Hoeflaak)

Met een wandeling door de Rotterdamse wijk Katendrecht begroet ik vandaag de lente. Katendrecht is een wijk met vele levens. Tot 1895 was Katendrecht een zelfstandig dorp en een geliefde bestemming voor vele Rotterdammers. Dat imago van veranderde begin vorige eeuw. Tussen 1910 en halverwege de jaren zeventig was Katendrecht DE smeltkroes van West-Europa, vergelijkbaar met de Wallen in Amsterdam en Chinatown in New York. Chinezen braken de Rotterdamse havenstaking in 1911. Het eerste Chinese restaurant van Europa, Chong Kok Low, opende in 1924 in Katendrecht haar deuren en internationale Jazzartiesten traden op in één van de vele Jazzclubs of café’s. In 1972 telde Katendrecht nog 121 bordelen. De sfeer in Katendrecht werd steeds grimmiger, onvriendelijker en crimineler. Katendrecht worstelt tot aan de dag van vandaag nog met haar negatieve imago. Dat is onterecht. De wijk verandert en is op dit moment één van de prettigste en veiligste wijken van de stad, op het gemoedelijke af. Zeker op een zonnige voorjaarsdag zoals vandaag. Mijn vijfde wandeling uit de negendelige wandelserie “Het Rijk van Feijenoord” begint bij pakhuis Santos, een Rijksmonument uit 1903.

Rotterdam; Pakhuis Santos aan de Brede Hilledijk (foto: René Hoeflaak)

Ik wandel over de “De Rode Loper”. Dit pad op de Brede Hilledijk volgt het voormalige havenspoor en is aangelegd op initiatief van de  bewonerswerkgroep Levendig en Leuk. Vijfhonderd meter verder sta ik op het Deliplein, het centrale plein. Hier was het halverwege de vorige eeuw allemaal te doen. Nu heerst stilte en rust op deze maandagochtend.

Vanochtend; Rotterdam, Deliplein (foto: René Hoeflaak)

Zeemanskroegen en bordelen hebben anno 2011 plaatsgemaakt voor bravere gelegenheden als, het dit weekend geopende, Letterencafé Tsjechov & Co., restaurant Kwiezien, duurzaam warenhuis IS MOOI ZO, cateraar DeliKaat, Thais restaurant Deh Bird en eetgelegenheid De Jonge De Jong. Ook Theater Walhalla vinden we aan het plein. Naast het theater woonde ooit volkszanger Johnny Hoes (1917).  Intussen lees ik op één van de  informatieborden dat de politie in Katendrecht maar moeilijk afscheid nam van de sabel en die pas eind jaren vijftig, vijftien jaar na de rest van Nederland, inwisselde voor de gummiknuppel. Het voormalige café Belvedère is om de hoek. Tussen 1894 en 1943 traden hier beroemde binnen- en buitenlandse artiesten als Eddy Cotton op. Nu is het onder de naam Kaap Belvedère een multifunctioneel centrum met maandelijkse volkskeukens en exposities.

Katendrecht; het voormalige beroemde café Belvedère (foto: René Hoeflaak)

Het is dan niet ver meer naar het Buizenpark, de drie Katendrechtste hoofden, de Schietschijf en Ketelbinkie, het standbeeld van Huib Noorlander. Beide kunstwerken stonden eerder al eens aan de Noordoever van de Maas, maar horen volgens de Katendrechters terecht thuis in Katendrecht.

Vanochtend, aanlegplaats Katendrechtse hoofd; Een binnenvaartschipper boent zijn dek (foto: René Hoeflaak)

Bij en langs SS Rotterdam, loop ik richting de Maashavenkade. De kade straalt het moderne een gerenoveerde Katendrecht anno 2011 uit, net als het park tussen de Walhallalaan en de Tolhuisbocht.

Rotterdam, vanochtend; Maashavenkade (foto: René Hoeflaak)

De wandeling nadert haar einde. Op de Rechthuislaan passeer ik het voormalige woonadres van modeontwerpster Fong Leng en ga vervolgens naar de Atjehstraat. Dat is niet alleen de straat waar Prins Bernhard wel eens Chinees ging eten maar ook de straat van Jan Oosthoek, die hier op twee adressen woonde. De voormalige voetballer van Sparta speelde in 1924 twee interlands en is daarmee de enige voetbalinternational uit Katendrecht. Via de Lombokstraat, de Timorstraat en de Veerlaan verlaat ik Katendrecht. De lente van 2011 kan beginnen.

Volop lente in het park bij de Walhallalaan in Katendrecht (foto: René Hoeflaak)