Een gebroken stoel en een wijnbar in Genève

Genève; Vanaf de Quai Mont Blanc nemen we een watertaxi naar de Noord-Oever van de Rhône (foto: René Hoeflaak)

De laatste stop van onze treinreis is Genève, met 190.000 inwoners de op één na grootste stad van Zwitserland.  De entree bij aankomst op het station valt wat tegen, zeker na de eerdere stops in Bordeaux en Avignon. Genève is een internationale stad en dat zie je terug op straat, in restaurants, op een terras en ook in ons hotel.  De gasten in ontbijtzaal van ons Hotel Drake/Longchamps zondagochtend zijn representatief voor het straatbeeld. Russen in trainingspakken, vrolijke Afrikanen in fraaie gewaden, Pakistaanse vrouwen in Boerka’s, Indiërs, Algerijnen, drie West-Europeanen en dat zijn wij. Genève is een prima stad voor een bezoek van een halve middag, avond en ochtend. Het prachtige nazomer weer helpt hierbij.  Zo maken we onder meer een wandelingetje langs het Meer van Genève met haar fontein die 140 meter hoog spuit, pakken we een watertaxi over hetzelfde meer, bezoeken we een gezellige wijnbar (zie: http://www.lerougeblanc.ch/), nemen we een kijkje in het oude stadcentrum en begeven we ons met tram 15 (13 kan ook) naar de Place des Nations. Daar staat niet alleen het Europese hoofdkantoor van de Verenigde Naties maar ook de “gebroken stoel”. Dit kunstwerk is een idee van Paul Vermeulen, mede oprichter van de organisatie Handicap International Zwitserland.  Dit kunstwerk is het symbool tegen verdere verspreiding van mijnen en clusterbommen. De stoel met de gebroken poot was oorspronkelijk in 1997 slechts een tijdelijk project om landen op te roepen het Verdrag van Ottawa te tekenen. 

Genève, eergisteren; De gebroken stoel op de Place des Nations (foto: René Hoeflaak)

In dit Verdrag wordt het gebruik op persoongerichte mijnen verboden. Negenendertig landen hebben het Verdrag nog steeds niet ondertekend.

About these ads